Angst en eten - ze lijken niets met elkaar te maken te hebben, tot je ziet hoe diep ze verweven zijn.

Sommige mensen kunnen niet eten als ze angstig zijn. De maag cravingt samen, de eetlust verdwijnt. Anderen eten juist meer - sneller, gedachteloos, als troost of als afleiding. Beide reacties zijn normaal. Ze zijn allebei antwoorden van het zenuwstelsel op een staat van dreiging. Geen van beide is een keuze. Geen van beide is falen.

Angst activeert het sympathisch zenuwstelsel - het vecht-of-vlucht systeem. Bij sommige mensen onderdrukt die activatie de hongerhormonen ghreline. Bij anderen, die in een bevriezingsrespons gaan of chronische achtergrondangst kennen, stimuleert het juist de eetlust als zelfkalmerende strategie. Welk patroon voor jou geldt, hangt af van je biologie en je geschiedenis.

“Begrijpen hoe angst jouw eetgedrag beïnvloedt, is niet zwakte erkennen. Het is jezelf leren kennen - en dat is de grootste kracht die er is.”

Het doorbreken van dit patroon begint met herkenning. Niet met wilskracht. Wanneer merk je dat angst je eetgedrag aanstuurt? Wat gaat er aan vooraf? Wat helpt je zenuwstelsel tot rust - zodat je vanuit een andere staat kunt eten?

Voor iemand die niet kan eten bij angst: kleine, veilige porties kunnen helpen het systeem te laten ontspannen. Voor iemand die meer eet bij angst: pauze nemen voor de maaltijd, drie ademhalingen, contact maken met het lichaam - al die zaken helpen de staat te verschuiven vóór het eten begint.

Merk op

Wat doet angst met jouw eetlust? Minder of meer? Niet beoordelen - alleen observeren. Dat patroon vertelt je iets over je zenuwstelsel dat jou helpt begrijpen waarom je doet wat je doet.


Als je begrijpt hoe angst en eten in jou samenwerken, verliest het patroon zijn greep. En dat is precies waar verandering begint.